(31) Taliban aan de Schelde


Wie tegen een Belg vertelt dat Vlissingers afstammen van fundamentalistisch calvinistische Vlamingen die de rooms-katholieken uit Vlissingen naar Vlaanderen hebben verjaagd, heeft een grote kans om voor gek te worden verklaard.

En toch is het waar. In de jaren tachtig van de zestiende eeuw kwam er een vluchtelingenstroom op gang vanuit Vlaanderen en Wallonië. Deze vluchtelingen hingen het nieuwe calvinistische geloof aan dat in deze gebieden een veel grotere aanhang had dan in de Noordelijke Nederlanden, inclusief Zeeland. Ook de strijd van deze groep tegen de rooms-katholieke kerk was er veel intenser. De Beeldenstorm van 1566 was begonnen in Vlaanderen en had daar flink huisgehouden. Het spreekt vanzelf dat de tegenmaatregelen van de Spanjaarden er ook niet om logen met als gevolg een geweldspiraal die tienduizenden het leven heeft gekost. Veel calvinisten vluchtten naar Zeeland.

Vlissingen was door haar ligging aan doorgaand vaarwater een belangrijke plaats van aankomst voor de vluchtelingen. Velen bleven er wonen en werken. De stad had omstreeks 1500 een inwonertal van 2.000. In 1600 was dat gegroeid tot 5.000. Het aantal immigranten bedroeg 3.300. Aangenomen mag dus worden dat de groei voor het grootste deel werd veroorzaakt door de immigrantenstromen. De nieuwkomers hadden een zeer grote invloed op de Vlissingse samenleving. Op één gezin na verlieten alle rooms-katholieken binnen  enkele jaren de stad. De protestantse kerk overheerste het maatschappelijk leven en bepaalde zelfs de wetgeving. In de zeventiende eeuw zien we hetzelfde beeld: door de komst van nog eens bijna 4.000 mensen groeide de stad naar 7.000 inwoners. En dat terwijl het oppervlak waar iedereen moest wonen, nauwelijks in omvang toenam. In 1500 was dat 24 hectare en in 1600 nog steeds. Pas na 1609 mocht Vlissingen wat grond erbij kopen: 12 hectare om precies te zijn. Maar dat was bij lange na niet genoeg. Tot overmaat van ramp werden er tussen 1570 en 1621 ook nog eens honderden en soms meer dan duizend soldaten tegelijkertijd ingekwartierd en ondergebracht bij gewone gezinnen.

Vlissingen omstreeks 1600 was een overbevolkte, streng calvinistische en door en door stinkende stad die het best is te vergelijken met een bidonville in een van de huidige miljoenensteden in donker Afrika.

Afbeelding: Vlissingen omstreeks 1650. De stadsuitbreidingen uit 1580 zijn rechts in beeld te zien, vanaf ongeveer het midden van de kaart; aan de oostrand van deze nieuwe wijk werden de Oosterhaven en de Dokhaven aangelegd en daaromheen de nieuwe stadsveste (Bron: Atlas van Blaeu, Amsterdam, 1665).