(157) Een Zeeburg tegen wil en dank

Op 30 juli 1573 trok een groep zwaarbewapende Vlissingers naar Arnemuiden. Vanuit Veere deed een groep bondgenoten hetzelfde. Het dorp was op dat moment nog in handen van de Spanjaarden en moest bevrijd worden voordat de aandacht kon worden gericht op het rijke en machtige Middelburg dat nog volledig Spaans was. Dit kwam vooral omdat de bevolking daar niet veel op had met de volkse en ruwe opstandelingen die in hun ogen iedere vorm van beschaving misten en zich bovendien hadden afgekeerd van het enige ware geloof: dat van de Heilige Roomse kerk. Walcheren was in dat jaar een van de belangrijkste strijdtonelen van de toen nog jonge oorlog die in totaal tachtig jaar zou gaan duren. Het eiland was door de opstandelingen voor een deel onder water gezet teneinde de bewegingsvrijheid van de vijand zoveel mogelijk te kunnen inperken. Dat was gelukt: de Spaanse soldaten zaten opgesloten in Middelburg, Arnemuiden en Fort Rammekens, toen De Zeeburg geheten . Het lukte de Spanjaarden af en toe wel om deze bolwerken vanuit zee te bereiken en dat was de enige reden waarom ze het al meer dan een jaar uithielden tegen de steeds grotere militaire druk van de Vlissingers en de Verenaren, die werden gesteund door de watergeuzen van Willem van Oranje.
>> Lees verder

Afbeelding: De verovering van Fort Rammekens op 5 augustus 1573 (ets van Frans Hogenberg, Rijksmuseum, Amsterdam)